Viðareiði , Skálafjørður, Klaksvík, Eiði, ”wat zei je?”

Viðareiði , Skálafjørður, Klaksvík, Eiði, ”wat zei je?”

Viðareiði , Skálafjørður, Klaksvík, Eiði, ”wat zei je?”. Een reis in de Faeröer is niet altijd makkelijk als je tegen degene die auto rijdt wil zeggen waar we ongeveer zijn, haha. In het komende reisverhaal tref je heel wat Faeröerse (plaats)namen, daarnaast nog wat leuke feitjes over de eilanden en de verschillende tunnels die het archipel rijk is. Veel leesplezier weer! 

Faeröer Eilanden – Dag 3 (19 oktober 2018)
Met een goed Engels ontbijt had ik de dag gestart. Carsten ging op een wat gezondere tour om geen Engels ontbijt te nemen, haha. Het was een redelijke dag. Niet enorm veel regen, alleen daarentegen ook niet helemaal droog. Ons doel was om het noordelijkste dorpje Viðareiði te bezoeken. Het is een reis om de wereld om dit plaatsje te bezoeken. Hemelsbreed is het niet zover. Over de weg is het 93,2 km vanuit Tórshavn ongeveer 1 uur en 25 minuten rijden. Een paar fun facts over dit dorpje… er wonen in totaal 347 inwoners, er staat één hotel genaamd Hotel Nord, hier kun je traditionele Faeröerse gerechten nuttigen. Een schapenkop is geen gek iets als het aan de inwoners ligt, dus ‘’nee dankje!’’. Het kerkje dateert uit 1892 en de nabijgelegen begraafplaats is ooit in de 17e eeuw gedeeltelijk in de zee gestort. En ik zei nog zo droog op m’n vlog ‘’hier zal je vast rustig liggen’’, dus niet… haha!


Onze huurauto toen wij even wat ansichtkaarten hadden gehaald bij het postkantoor.

Onderweg naar Viðareiði kwamen wij langs de langste zee fjord (14 kilometer) van de Faeröer, namelijk Skálafjørður. In de vele fjorden die wij nog voorbij passeerde zie je veel vissersboten. Een grote inkomstenbron voor de inwoners van de Faeröer. Ongeveer 95% van de exportproducten van de eilandengroep bestaat uit vis. Om naar Viðareiði te komen moet je een lange tunnel door. Norðoyatunnilin is de langste tunnel van de Faeröer met 6,3 km en bereikt een dieptepunt van 150 meter. En ik maar denken dat die vanaf de luchthaven naar Tórshavn al bizar diep was. Nou nee. Het kan dus nog gewoon gekker. En als je denk dat je dan alles hebt gehad krijg je nog 2 tunnels. Árnafjarðartunnilin (1680m) en Hvannasundstunnilin (2120m) zijn twee tunnels die je het liefst wil vermijden. Ze behoren tot de oudste tunnels van de Faeröer. De eerste is opgeleverd in 1965 en de tweede in 1967. Het verkeer komt namelijk aan beide kanten, er is maar één rijbaan. Om de 100 meter kan je even wachten in een inham om te wachten tot het verkeer voorbij is. Heen naar Viðareiði was het voor ons geen groot probleem aangezien wij voorrang hadden. Terug was het een ander verhaal. Gewoon onwijs raar om zo in de donker tegenliggers te krijgen. Net als of je een spookrijder tegemoet komt.

Viðareiði is een prachtig plaatsje met uitzicht op het nabijgelegen eiland Fugloy. Er is niet heel veel te beleven. Het is hier écht geïsoleerd. Het voelt net alsof je op het einde van de wereld staat. Onderweg zie je bijna geen auto en zie je alleen vissersschepen in de fjorden liggen en een aantal schapen tegen de bergwanden aan. Ondertussen waren wij even gestopt in het plaatsje Klaksvík om even een broodje te kopen bij het benzinestation. Bij de meeste benzinestations verkopen ze 4 soorten hotdogs, lekker! Ik nam een hotdogs gerold in de bacon, aangezien ik al een heel gezond ontbijt op had, haha. Klaksvík is overigens een ander ‘groot’ plaatsje en telt 5117 inwoners. Wij hadden koers gezet naar een ander noordelijk dorpje, namelijk Eiði (669 inwoners). Een pittoresk dorpje met een voetbalveld direct naast de zee. Ik vraag mij af hoe vaak er een bal in de zee beland daar.

We waren al enige tijd onderweg en hadden aardig wat kilometers erop zitten, dus we gingen terug naar Tórshavn. In Tórshavn hadden we nog even een kort rondje gelopen en waren we nog het enige souvenirwinkeltje ingelopen. In de hotelkamer hadden wij nog even de biertjes gedronken die we mee hadden genomen van de luchthaven. In restaurant liep een ober soort springend rondliep. Het zag er een beetje vreemd uit. Ik had ‘m de naam Skippy gegeven van Skippy the bush kangaroo. Skippy kwam onze bestelling opnemen. We namen pizza en nog zo’n Okkara biertje. Ook de pizza’s waren heel erg goed te doen hier. Beneden in de bar hadden we weer een x aantal biertjes genomen. Het was weer aardig druk met de locals hier. Hotel Tórshavn is een échte thuisbasis voor de locals ook. Ik denk ook dat ze niet veel andere barretjes rondom hebben. De vrouwen zaten gewoon met een 1 liter pilsje Bavaria of het niks is. Op zo’n moment mis je alleen nog de goudvissen in zo’n kom. Na zo’n intensief sightseeing dagje waren we weer helemaal tam, dus laat werd het niet!

Stay tuned! Het komende reisverslag volgt van het weekend. Met onder andere de laatste volle dag op de Faeröer en de terugreis naar Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *