Archief van
Categorie: Twijfelfontein

Scheepswrak, Robben en Twijfelen in Twijfelfontein

Scheepswrak, Robben en Twijfelen in Twijfelfontein

26 december – Onderweg naar Twijfelfontein
Olishi ”Did no one forget anything in the accommodation?”,
Ik: ”Only my brains Olishi”
Olishi ”You’ll be right after 4 liters of beers, they will grow again, haha”.

Een vrolijk begin van de dag, daar waren wij mee gestart. Alleen maar droge opmerkingen. Vandaag zijn we onderweg naar Twijfelfontein waarbij we onderweg stoppen bij een scheepswrak een Robben Kolonie en de Himbastam. Al snel toen wij Swakopmund uit waren gereden kwamen wij aan bij het scheepswrak wat hier sinds 2007 gestrand is. Het is een Portugees schip dat stuurloos is geraakt. Er zaten 11 bemanningsleden op die allemaal zijn omgekomen. Ze hebben er nooit één van gevonden. Even later gingen wij naar de Robbenkolonie op Cape Cross. Er lagen wel honderden, misschien wel duizenden zeerobben. Het stonk verschirikkelijk. Ze waren onwijs bang, want ik toen ik over een heuvel keek lagen er nog mega veel van die beesten, maar ná het zien van mij renden ze allemaal naar de zee toe. Het was wel triest van ze hadden veel jongen die een beetje hulpeloos er tussen zaten. Ook zagen we veel dode jongen zeerobben er tussen liggen. Cape Cross was overigens de plek waar de eerste Europeaan op het land van Namibië aanmeerde. Het was zeevaarder Jãou uit Portugal. De gebieden tussen het scheepswrak en de Robbenkolonie staat bekend om de zoutwinning en de waterzuivering van zeewater naar zoetdrinkwater. We lieten de kust achterons en zetten weer koers naar het binnenland.

Wij kwamen langs een inheems Afrikaanse stam, namelijk de Himba. De Himba staat bekend om de schaarsgeklede mensen en de vrouwen die een soort klei in hun haar hebben. De Himba stam leeft van het vee wat zij hebben. De Himba vrouwen wassen zich niet, maar stokken een bepaalde kruiden op in hun huis en laten zich door het rook daarvan reinigen. In mijn oren klinkt dit onwijs ranzig, maar ieder z’n ding, toch? Het gekke is ook dat de vrouwen geen BH dragen, dus het is toch wel gek als je met ze staat de praten voor zover dat mogelijk is, want de Himba bevolking is niet geleerd. Ze krijgen van hun ouders mee om te zorgen voor het vee en daar hun leven rondom te maken. Een grote inkomstenbron voor de bevolking is toerisme. En dit was één van die redenen dat wij er waren. Een stalletje langs de weg met verschillende Himba vrouwen en mannen. Himba mannen horen overig overdag niet aanwezig te zijn rondom hun woning aangezien die overdag voor het vee zorgen. Anyway… wij waren daar dus aangekomen en ze vroegen ons allemaal dingen te kopen. Tegen een kleine vergoeding mochten wij foto’s maken van ze. Uiteindelijk hadden ze nog een armbandje in Himba kleuren aan mij weten te slijten. Draag ik toch nog een beetje bij aan de lokale bevolking.

Namibische wegen, Eindeloos lang en (bijna) allemaal off-road.
De Himba stam
Een Himba vrouw.

Kort daarna stopte wij bij een andere stam. De Herero stam. Olishi zei je moet ze begroeten met ”Moro!!”, dus ik zei ”Moro!!” en al snel hoorde ik al die Herero vrouwen ”Moro!!” roepen. Hele aardige mensen zijn de mensen van de Herero. Ook zij verdienen geld met het toerisme. Ze zijn anders dan de Himba, want de Herero dragen grote jurken met een soort hoedje dat koeienhoornen moeten representeren. Ook is de Herero meer voor educatie, ze hadden sindskort een schooltje laten bouwen tegenover de weg waar wij stonden. Joke stond met de vrouw te praten hierover en de Herero vrouw bleek erg trots te zijn dat ze dat hadden gerealiseerd. Voor Herero geldt: eerst leren en dan mag je meedoen met het vee runnen. De stammen willen overigens niet deel uitmaken tot de algehele culturele standaarden van Namibië en leven hun eigen leven. Het waren altijd nomadische stammen, maar dat zijn ze niet meer, nou ja… nagenoeg niet meer.

De Herero Stam
De lokale Herero school voor kinderen.
”Watch out Elephant on the way”

Het was nog wel ongeveer 150 kilometer rijden voordat wij de campsite hadden bereikt. De camping was écht back to basic. Geen elektriciteit en gezamenlijke douches, maar daarentegen hadden ze een met schaduwdoek overdekte kampeerplaats. Erg fijn. Het opbouwen was niet zo gigantisch heet door het schaduwdoek. Bij het opzetten van m’n tent had ik voor het eerste m’n klamboe gebruikt aangezien we langzamerhand in het malariagebied komen. Waar ik een beetje panisch over ben overigens. Ná het opzetten van de tenten zijn we met nagenoeg z’n allen naar de bar gegaan. Het was een leuke bar met grote stenen Flinstone tafels. We hadden een rondje biertjes achter de rug en de Windhoek Lager bier was op, dus gingen we maar over op de andere biertjes. De bardame kwam later naar ons toe om te vragen voor een kleine vergoeding, omdat haar oom ziek is en naar het ziekenhuis moet voor een maagbehandeling, maar dat ze dat met de familie niet kunnen betalen. Ze vertelde dat ze zelf zo haar kindje is verloren die voor een behandeling naar Zuid-Afrika moest gaan, maar dat ze geen geld hadden. Nu geef ik liever direct iets aan de lokale bevolking in plaats dat het bij een goed doel blijft liggen. Ook al weet ik natuurlijk niet of die mensen het écht menen, maar mij geeft het in ieder geval wel een beter gevoel. In de avond had Olishi zoutwatersnoek klaargemaakt. Niet iets voor mij in eerste instantie, maar ik had het genomen en het was nog vrij goed! Die avond lag ik vroeg in de slaapzak. Komende verslag lezen jullie meer over de weg naar Etosha Nationaal Park. Ik hou jullie op de hoogte!