Archief van
Categorie: Albina

Forten en Gevangenissen in de Tropen.

Forten en Gevangenissen in de Tropen.

Inmiddels zijn wij weer geland in Nederland. De kou hier is nog behoorlijk wennen. In de komende week ga ik de blogs uploaden van onze laatste week in Suriname en de Guyana’s. Veel leesplezier! 

Dag 14 een bezoek aan Fort Nieuw-Amsterdam en Fort Zeelandia + souvenirs shoppen in Paramaribo – vrijdag 22 november 2019
Ná een geweldige nachtrust in het mooie Royal Torarica. Dit was bij verre uit de meest mooie kamer die wij hadden op de reis. Het ontbijt was ook uitmuntend. Er was een enorme variatie. Zo waren er ook ”Hollandse” garnaaltjes, Engels ontbijt, verschillende yoghurtjes, pannenkoeken, fruit noem het maar op. Vandaag stond er niks vanuit Djoser op de planning, dus wij hadden een dag ter vrije besteding. Met een klein groepje vanuit ons reisgezelschap (Roos, Wijnand, Petra, Leanne, Sven en ik) gingen wij naar het Commewijne district. Dit is aan de andere zijde van de Suriname Rivier waarbij je over de 52 meter hoge Bosjebrug rijdt. Het Commewijne district is voornamelijk bekend doordat hier de Javanen zich hebben gesettled in de early days. Hier tref je dan ook verschillende Indonesische Warungs (restaurantjes) die je ook in bijvoorbeeld Bali zou tegenkomen. Ons plan was om naar Fort Nieuw-Amsterdam te gaan. Een gedeelte wat zowel in de slavernij als in de Tweede Wereld Oorlog een rol had gespeeld. Ná een rondje een beetje cultuur te hebben gesnoven liepen wij naar de bar in Fort Nieuw-Amsterdam waar wij even een biertje hadden genomen ter afkoeling. Even later liepen wij naar onze taxichauffeur die wijselijk de auto onder een boom had geparkeerd in de schaduw. Het was namelijk enorm heet! Hierna zijn wij terug naar Paramaribo gegaan waar wij Fort Zeelandia hadden bezocht. Een typisch Nederlands fort, kenmerkend door de baksteen die je nagenoeg overal in Nederland tegenkom.

Het was inmiddels middag geworden en wij hadden allemaal wel redelijk trek. We zijn naar het normale Torarica gelopen waar wij de eerste 2 nachten hadden overnacht. Onze grote barman-vriend Harold liep er ook weer en we werden hartelijk begroet door hem. Voor de lunch had ik Sate Ayam gekozen. Een typisch Javaans gerecht dat wel centraal stond aan het bezoek aan de Commewijne. Het was heerlijk! Petra en Sven hadden Saoto soep. Een soort kippensoep in een opgepimpte Javaanse versie. Hier had ik nog wat van geproefd en had bijna een kom van die soep besteld. Mega lekker! Het was fijn dat we eindelijk even iets anders dan Nasi en Bami konden eten. Ná de lunch waren we nog even de stad ingedoken om wat souvenirs te kopen. Ik had een Surinaams Monopoly spel gevonden wat mij een leuk souvenir leek. Dit heb ik weten te scoren …en dan nog even over de stad Paramaribo. In de eerste 2 dagen dacht ik bij mijzelf ”wat is dit in godsnaam voor stad?”, echter ná ons bezoek aan Georgetown voelde ik mij zo thuis in het o-zo leuke Paramaribo. Op dat moment voel ik mij ook weer een échte reiziger die zich laat onderdompelen aan de cultuur. Iets wat ik altijd graag doe. Al zit je soms wel is tegen de grens van de comfort-zone aan. Afijn, het souvenir shoppen was erg leuk. In Paramaribo heb je leuke shopjes voor dit soort prullaria. De tijd vloog voorbij! In eerste instantie wilden wij een drankje gaan doen bij een barretje genaamd ”Riverside” wat er erg leuk uit zag. Al was het al aan de late kant, dus zijn teruggelopen naar het hotel en hebben nog wat cocktails bij het zwembad genuttigd. De Piña Colada smaakte erg goed! In de avond was het tijd om de bagage te re-organiseren aangezien wij onze backpack weer terug hadden gekregen. De voorgaande dagen hadden wij namelijk met een kleinere tas gereisd dit doordat er niet genoeg ruimte was in de korjaal (boot) in de jungle. Op dit moment ben je gewoon weer terug bij af en lijkt het net of je weer opnieuw moet pakken voor een reis, een klote werkje, haha! In de avond zijn we uiteindelijk niet weg gegaan. De slaap was groter dan onze trek. Tenslotte lag dat bed in Royal Torarica wel écht mega goed.

Dag 15 Bonjour St Lourraint en Hallo Galibi! – zaterdag 23 november 2019
We were ready to go! Voor de deur van het hotel stond de bagagebus die achter de normale bus reed richting Albina. Albina is het plaatsje waar je per boot naar Galibi kan reizen. De buschauffeur en de gids waren toffe gasten. Terwijl wij de Bosjebrug overreden richting het Commewijne district stopte wij nog even kort bij een supermarkt. Uiteraard was ook deze supermarkt weer van een Chinese eigenaar. Het is echt bizar hoeveel Chinezen hier de winkels beheren. Halverwege onze reis naar Galibi stopte wij bij een Maron Monument. Hier waren tijdens binnenlandse oorlog veel doden gevallen. Wij reden langs veel bossen onderweg naar Albina. Daar te zijn aangekomen gingen wij per boot naar Galibi. Albina is een plaatsje aan de grens met Frans-Guyana. Er werd verteld dat dit een smokkelroute was en dat zelfs kleine mannetjes op school al een handeltje hebben in Frans-Guyana. Erg bizar! Ook wij gingen zo naar de overkant, of wel naar Frans-Guyana. Zonder enige paspoortcontrole stonden wij ook op Europees grondgebied, want Frans-Guyana zoals de naam al zeg is een onderdeel van Frankrijk, dus daarmee ook de Europese Unie. Hier gingen wij een gevangenis bezoeken genaamd naar het plaatsje ”Saint Lourraint”. De gevangenis was bedoeld voor de criminelen die in Frankrijk iets op d’r kerfstok hadden, zoals diefstal, moord, verkrachting etc. Dit was de eerste halte voor die criminelen. Het was vrij bizar om te zien in welke bizarre omstandigheden zij leefde. Probeerde je al gevangene te ontsnappen en je werd gepakt werd je vaak in een andere strengere isoleercel geplaatst. Al was er één bekende gevangene die zich heb weten te bevrijden van zowel de gevangenis in Saint Lourraint als op de Duivels Eilanden …want de Duivels Eilanden was voor de ‘zware’ criminelen. Ook hier in Saint Lourraint speelde het galgemaal-principe. Gevangene die werden onthoofd kregen eerst nog een overheerlijke maaltijd, een fles rum en een fles wijn om op te drinken, zodat zij door de dronkenschap het erger ervaren (…blijkbaar!). Daarna werden ze onthoofd onder het toezien van alle andere gevangene. Het hoofd werd later op sterkwater gezet en naar de hoofdstad Cayenne gebracht. Tot 1970 was het nog mogelijk om dit te bewonderen. All-in-all was het een vrij bizarre ervaring.

In het dorpje hadden wij nog even de lokale markt bezocht waar wij in de supermarkt nog een paar pilsjes hadden gescoord voor op de boot. Het was aardig gezellig aan het worden. Met de JBL-speaker aan en een paar pilsjes waren wij verzekerd op een leuke bootreis. De tocht was ongeveer 1 tot 1,5 uur naar Galibi. Zonder te weten wat er ons stond te wachten stapte wij de boot in. Eenmaal verder op de rivier werd het duidelijk dat we aardig nat konden worden door het opspattende water. Wij waren ons goed aan het vermaken met een biertje en goede muziek. Heerlijk over de rivier varen met de Crockett’s Theme van Miami Vice was dit puur genieten! Toen even later het bier op was had ik m’n halve fles Captain Morgan gepakt en rond gegeven. Het was tof. Bij aankomst in Galibi was iedereen zeikesnat. Al was het wel de moeite waard, want Galibi is écht onwijs mooi. Een echt paradijsje. De lodge was erg mooi, maar lag al snel onder het zand aangezien je gewoon constant van de bar/restaurant naar je kamer door het zand loop. Het is geen eiland, maar ik kreeg hier wel een echt eilandgevoel. Het strand had een typische Caribische look met palmbomen tot aan het strand. Het enige verschil was dat hier onwijs veel grote gieren zaten te wachten totdat er een vis dood het strand aanspoelde. In de avond hadden wij weer lekker Djogo’s gedronken en hebben wij genoten van de muziek.